En dat je dan opnieuw

Ik wil je vertellen over de keer dat mijn hond verdronk
in het meer en hoe ik hem nog elke nacht naar lucht
zie happen. En dat het dan niet uit maakt dat er nooit
een hond was, omdat ik een verhaal had alleen voor jou.

Ik wil niet dat je zegt dat het gaat regenen vandaag
maar dat je beloftes doet die je gaat breken: dat
niemand ooit dood en jij mij geen pijn en voor altijd wij
in de supermarkt tussen goedkope flessen wijn.

Dat we olijven eten tot we ze lekker vinden en al ons naakt
onfunctioneel. Want niets is waar genoeg om uit te maken
maar als ik me aan je breek wil ik er gips omheen
en dat je dan opnieuw

Woorden die niet gezegd worden

Soms kunnen woorden die niet worden gezegd
langzaam opzwellen tot wel twee keer hun eigen formaat
zoals de gummibeertjes die we in wodka laten weken
om tijdens het dronken worden onze kindertijd op te eten.

Je ging je vingers trainen. Je pakte alles op wat in je handen past
en kneep erin, je drukte duim op wijsvinger tot de vingers rood
en de nagels wit zagen, je zei: op een dag zal ik nooit meer
los hoeven laten.

Woorden die ik had willen zeggen: hoe we elkaar tegen de muur
gooiden als pasta om te kijken of we gaar waren en hoe ik wilde
dat ik was blijven plakken. Of je aan me denkt tijdens het eten en
hoe alles breekt in het moment tussen worden en geweest.

Spinazie

In groep vier was mijn stem te zacht en werd ik bang voor
nieuwe dingen zoals salto’s vanaf de rand van het zwembad
en jongens uit groep acht, je grootste angst is altijd ongeveer
twee hoofden langer dan jij.

In de avond aten we spinazie om sterk te worden en iedereen
bleef zitten tot mijn bord leeg was want de juffrouw zei dat
er vast weinig voor nodig zou zijn voor mij om te struikelen

dus werkte ik aan mijn balans, stond op mijn tenen voor de
spiegel tot ik mezelf niet zag alleen lijnen die op iemand leken.

Later leerde ik hoe ik moest bewegen op schoolpleinen
en dat er plekken zijn waar je niet hoeft te schreeuwen als je maar
iemand aan kunt raken alsof het zo hoort en dat niemand weet

hoeveel vetplanten je moet kopen voor je iets een thuis mag
noemen maar tot die tijd zoek je nog steeds op elk plein naar
mensen die aan tafel blijven zitten tot je bord leeg is.

Gaten voor lapjeskatten om binnen te komen


Na drie uur ’s nachts drinken we wijn uit sapglazen
praten we over vroeger toen we op schoolpleinen
speelden dat we ouder waren en groeien nog
eenrichtingsverkeer leek.

Ik zeg dat er mensen zijn die naar cafés gaan
om gevonden te worden, voor wie de nacht
een asiel is. Mensen die hun dromen met zich meenemen
in plastic vershoudbakken van de Xenos.

Hoe iedereen uiteindelijk wil worden opgepakt
als een lapjeskat, dat als je de weg kwijt bent
blaadjes op lantaarnpalen aan de wereld vertellen
waar je woont en wie je bent.

Je zegt dat als je maar diep genoeg graaft, iedereen
uit lava bestaat. Tot die tijd slapen we met de ramen open
gaten voor lapjeskatten om binnen te komen, spinnend
in mijn armen geklemd zouden ze zeggen: je bent meer gevonden
dan je denkt.